Tussen 1967 en 1984 maakte de bekende vertaler uit het Portugees August Willemsen vier langdurige reizen naar Brazilië. Ver voor mijn tijd in dat land, van 2001 t/m 2004. In mijn tijd zeiden Brazilianen dat Brazilië over dertig jaar een wereldmacht zou zijn. Dat zei Hans Wolthuijs, studievriend die opgroeide in São Paulo, in 1974 ook al tegen me. Die conclusie trekt Willemsen niet en ik ben het met hem eens.
Brazilianen leven in verschillende werelden al naar gelang ze toegang hebben tot scholing, educatie en onderdak met als gevolg wel of geen geld. Dat was in 1974 zo, blijkt uit de verhalen van Willemsen en dat is na vier jaar Bolsonaro nog steeds zo.
Willemsen heeft een heel fijne pen en een geweldig oog voor detail. Hij beschrijft de mensen en steden goed, met verbazing en humor. Hij reist de eerste reizen zoals “gewone” Brazilianen reizen, met trein, bus en boot iets wat door zijn gastheren op universiteiten en instituten en expat landgenoten niet begrepen wordt. Later als gastdocent gedurende zijn laatste reis vliegt hij wel.
Ik lees nagenoeg geen non-fictie en dit boek heeft lang op de stapel gelegen maar ik ben blij dat ik het gelezen heb. Zeer herkenbaar, ook in zijn meningen die hij overal over heeft. In die bijna vijftig jaar sinds zijn eerste reis is er natuurlijk wel veel veranderd, maar het vluchtige, het chaotische en de hartelijkheid zijn van alle tijden.
Braziliaanse brieven door August Willemsen, uitgegeven door De Arbeiderspers te Amsterdam als veertiende druk op 29 november 2022
