In het tweede deel van haar memoir, Jeugd, beschrijft Tove Ditlevsen de periode vanaf haar vijftiende tot een jaar of eenentwintig in Kopenhagen. Vormende jaren blijkt. Ze moet op haar veertiende van school om te gaan werken. De wisselende baantjes die ze heeft kunnen haar niet bekoren en brengen amper genoeg op om van te leven. Ze kan niet wachten tot ze achttien is en op zichzelf mag gaan wonen. De sfeer thuis is verstikkend voorspelbaar en haar dominante moeder denkt alleen maar aan een goede huwelijkspartner voor Tove. Zelf denkt ze alleen maar aan het publiceren van haar gedichten. Uiteindelijk krijgt ze er één geplaatst in een literair krantje van beperkte oplage. Viggo l., de 35 jaar oudere hoofdredacteur van dat krantje, wil haar ook wel verder helpen en niet alleen met haar literaire carrière. Ondertussen is ook WW II losgebarsten en zijn veel Denen bang voor wat de toekomst in petto heeft.
Tove sluit haar jeugd wel heel prettig af, met het verschijnen van haar dichtbundel Pigesind (Meisjesziel) in een oplage van 500 exemplaren en met hulp van de hoofdredacteur. De twee brengen steeds meer tijd met elkaar door …
Geweldig geschreven, een genot om te lezen.
Jeugd door Tove Ditlevsen, oorspronkelijke titel Ungdom, vertaald uit het Deens door Lammie Post-Oostenbrink en uitgegeven door Das Mag te Amsterdam op 25 september 2020
Jeugd is het tweede deel van de Kopenhagen-trilogie die ITA op dit moment en tot 21 december op de planken zet in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ik ga in december kijken.
Onvermijdelijk moest ik aan het liedje Little girl blue denken, uit 1935 door Rodgers en Hart, en door heel veel zangers en zangeressen gezongen. Een van de mooiste uitvoeringen vind ik nog altijd die van Janis Joplin uit 1969. Ook de uitvoering door Nina Simone op Montreux in 1976 is legendarisch. Tove zou het lied hebben kunnen kennen, Jeugd speelt in dezelfde periode dat het lied je is uitgekomen. Wat ze zeker niet gehoord heeft is de in mei van dit jaar uitgekomen versie door Barbara Bandeira van een nooit uitgebracht liedje van Amália Rodrigues: Rapariga (Meisje), een al even droevig verhaal als Little girl blue.

