Papieren

Ik las een column van Sandra Korstjens, net in Brazilië aangekomen als correspondent voor RTL, over het halen van een rijbewijs (Korstjens) en dat riep herinneringen op aan onze eigen ervaringen met de Braziliaanse bureaucratie. Ruim tien jaar geleden een stukje over geschreven voor vrienden en familie, lang en saai zoals het verblijven op de kantoren van de overheidsdienaren lang en saai is:BUROCRACIA2

Papieren

Niets lijkt makkelijker dan met een “permanente” werk en verblijfsvergunning voor vijf jaar te zorgen voor een echte legale status in Brazilië. Daar gingen we dus mee aan de slag. Eerst naar de federale politie in Curitiba voor een RNE, een soort persoonsregister, een woord overigens, dat alleen al bij het opschrijven, huivering opwekt. Ik kende de bureaucratie uit andere Latijns-Amerikaanse landen, maar dacht dat er na ruim zestien jaar wel wat veranderd (lees verbeterd) zou zijn. Niets is minder waar.

In het centrum van de stad, vlak naast hotel Bourbon waar we in november 2000 een paar dagen mochten verblijven, bevind zich het kantoor van de federale politie. Daar houdt men zich bezig met paspoorten, RN en RNE’s en andere belangwekkende en belangrijke zaken. We hadden om kwart voor negen voor de deur afgesproken met onze despachante, in dit geval een jonge dame van een kantoor in São Paulo. Despachantes zijn mensen die gespecialiseerd zijn in de verschillende bureaucratische processen die zich hier afspelen. Denk niet dat dat alleen voor buitenlanders is weggelegd. Na tandartsen, plastisch chirurgen en apotheken is despachante het meest voorkomende uithangbord in de straten van dit land.

Ik had de dame een paar dagen eerder al ontmoet in São Paulo. Dat om uit te leggen wat we allemaal moesten doen om gelegaliseerd te worden. Zoals dat zo fraai in het Engels heet: “We felt an immediate disliking for each other.” Soms kan je dat niet uitleggen, alleen maar achteraf beredeneren. Ik zal dat maar achterwege laten even. Het klikte niet tussen ons, maar het was nog bewerkelijker om weer een ander te zoeken en in ons bijzondere geval in te werken. Geen prettig vooruitzicht. Ze had ons twee uur bij de federale politie en daarna twee op het ministerie van arbeid voorgehouden. Een hele halve dag dus samen met haar op pad. Bij de federale politie moest onze baby ook aanwezig zijn. Later zou blijken waarom.

We kwamen, geheel tegen onze gewoonte overigens, bijna een kwartier te laat aan. Ik moest er zo nodig lopend naar toe en gokte het nummer aan het andere einde van de straat. Een vrij lange straat naar bleek. Mijn vriendin stond voor de deur te wachten, met nog een stuk of tien andere mensen. De federale politie doet pas om negen uur de deur open. Natuurlijk niet klokslag, dat is te veel georganiseer. Ongeveer negen uur betekende op die dag zeven over negen. Eenmaal binnen moesten we langs de lange, brede houten toonbank naar een trapje achter in de hoek. Een lift bleek bij navraag niet aanwezig. Toch was (onder andere) de afdeling buitenlanders boven. Of het een doelbewuste maatregel is om gehandicapte buitenlanders buiten het land te houden weet ik niet. Maar het werkt zo wel op deze manier. Rugpatiënten met een baby, zoals wij, moeten verder niet klagen.

Wagentje geparkeerd tegen de balie en met de baby op de arm naar boven. In een hoek een veel kleinere houten balie, met uitzicht op een kantoor van de maat van een zitkamer in een modale Nederlandse doorzonwoning. Dit kantoor was gevuld met zes bureaus en twee heren. Het was koud binnen, kouder dan buiten, waar een ochtendzonnetje zorgde voor een aangename temperatuur van rond de vijftien graden. De ene heer was gekleed in wat wel twee truien over elkaar leken. De ander had een leren jack aan. Samen met ons waren er vier andere mensen naar boven gekomen. Wij hielden ons allemaal nadrukkelijk op voor de houten en behoorlijk versleten balie. Sommigen spraken zelfs tegen de heren, die amper terug mompelden. Ze bleken meesters in het druk bezig zijn met iets belangrijkers dan de reden waarom al die buitenlanders voor hun balie stonden.

Om tien voor half tien kwam één van de heren, die met het leren jack, met een lijst naar de balie. Wij stonden met onze afspraak om negen uur boven aan de lijst. Mijn vriendin meteen aan de slag met onze papieren: drie paspoorten met daarin het visum, drie visa zoals afgegeven door het consulaat in Rotterdam, drie pasfoto’s per persoon en dan nog eens kopieën van dit alles. De heer ging achter één van de bureaus zitten met dit alles. Gaf een stapeltje aan de andere heer en beiden waren weer druk bezig. Nu kon ik ook zien met wat: het overschrijven van gegevens uit onze documenten op formulieren. Alle buitenlanders aan de balie waren weer lucht. Af en toe werd er van achter het bureau een korte bitse vraag op ons afgevuurd. In de meeste gevallen gaf mijn vriendin daarop antwoord. Over ouders, woonplaatsen en telefoonnummers. Waar dan mijn bedrijf was en meer, wat mij betreft, onbelangrijke dingen. Regelmatig ging de tweede meneer met een formulier of document naar de eerste en vroeg iets. Deze was duidelijk hoger in rang, want je kon zien dat hij regelmatig, na lang wikken en wegen, belangrijke beslissingen nam ons lot betreffende.

Tegen tienen kwam dit opperhoofd weer naar de balie en deelde kort maar krachtig mee dat de foto’s niet goed waren. Er moesten nieuwe komen. Dat we ze hadden laten maken in een studio(otje) dat juist een groot bord buiten had staan dat ze gespecialiseerd waren in foto’s voor RN en RNE voor de federale politie maakte geen indruk. We moesten nieuwe gaan laten maken anders konden ze niet verder met het dossier. We moesten ook niet zo maar ergens naar toe, zoals bijvoorbeeld de fotograaf naast het kantoor van de federale politie, maar naar een fotozaak drie blokken verderop. Onwillekeurig denk je dan dat het z’n broer wel zal zijn, maar je weet dat natuurlijk niet. Hoe kan je dat ook weten.

Dus wij met onze vriendin naar de fotograaf. Een klein zaakje op de hoek met de grootste voetgangersstraat van Curitiba. Foto’s gemaakt. Lijkt eenvoudig, maar was het natuurlijk niet. De foto’s van de baby wilden maar niet lukken. Of hij keek niet de goede kant op (het moet iets minder schuinwegkijken zijn dan in Nederland, maar toch wel een beetje), of mijn handen stonden er te nadrukkelijk op, of het was overbelicht of bewogen. We moesten maar naar een echte fotostudio gaan. Niet met van die kant-en-klaar polaroids. Dan waren de foto’s wel pas een paar dagen later klaar, maar ze wisten nog wel iemand. Het was een uur of elf. Ik had me voorgenomen me nergens aan te ergeren en alles over me heen te laten gaan. Maar dat voornemen bleek alleen te gelden voor overheidsdienaren en niet voor simpele fotowinkelhouders. Mijn irritatie en gram leggend in ieder woord liet ik ze, op mijn verantwoording natuurlijk, opnieuw foto’s maken van de baby. Die hebben we, samen met die van ons natuurlijk, mee teruggenomen naar de kleine houten balie op de eerste verdieping van het kantoor van de federale politie.

Daar waren inmiddels andere mensen aangeschoven in de kleine meute. Mijn vriendin en ik worstelden ons erdoorheen. Daar werden we natuurlijk net zo hard niet opgemerkt als ieder ander. In het kantoortje was inmiddels ook een dame actief. Uit haar houding bleek wel dat ze vele rangen hoger was dan twee reeds eerder genoemde heren. Op geen enkele manier gaf ze blijk de aanwezigheid van andere levende wezens te hebben opgemerkt. Dat zou verder ook zo blijven. Een decorstuk dus, maar dan wel één belangrijker dan het decor zelf.

Meneer één was inmiddels aan de despachante van een jonge Amerikaan aan het uitleggen dat de foto’s die ze had meegebracht niet goed waren. Af door de zijdeur, net als wij. Het was wel het juiste moment om onze foto’s te overhandigen en met smekende blik en veel vriendelijkheid te wijzen op het feit dat onze baby het eigenlijk wel gehad had. Die zat overigens beneden met z’n moeder. De man moest ons wijzen op de zwaarte van zijn functie door theatraal met zijn arm in een vloeiende beweging alle mensen aan onze kant van de balie aan te wijzen. Maar ik zag dat beide heren wel ons dossier weer ter hand namen. De volgende vijftien minuten werden besteedt aan het voorzichtig en zorgvuldig verwijderen van de eerder met lijm op de formulieren aangebrachte pasfoto’s. Deze werden vervolgens vervangen door de verse die we net hadden gebracht.

Het dossier verkeerde nu in een zodanige staat dat we er zelf aan te pas konden komen. Plechtig werden we, één voor één natuurlijk, verzocht om ons achter de balie te begeven. Daar stond tegen de muur een klein houten tafeltje, met een geheel diepzwart blad. Hier werden van ons alle tien de vingertoppen met een rollertje met zwarte inkt zwart gemaakt. Vervolgens werden er, ook weer heel zorgvuldig, afdrukken van gemaakt op één van de belangrijke documenten. Van duim en wijsvinger waren ook op een ander document de afdruk nodig, zodat die weer opnieuw zwart gemaakt moesten worden. Gelukkig bleef de baby dit bespaard. Hij hoefde maar één keer duim en wijsvinger van de rechterhand te onderwerpen aan deze procedure.

Inmiddels was het bijna twaalf uur. Restte slechts wachten. Dat konden mijn vriendin en ik wel alleen. Max mocht naar huis gebracht worden. Er was temidden van de meute een klein bankje waar je best met z’n tweeën op kon zitten. Toen ik eenmaal gezeten was wilde mijn vriendin toch eigenlijk wel aan de balie in het gewoel blijven staan. Om één uur komt er ineens een meneer uit een zijkamertje met formulieren en mappen, een leesbril vervaarlijk ver voor op de neus. Als je uit zo’n kamertje komt moet je wel ontzettend verschrikkelijk belangrijk zijn lijkt mij zo. Maar hij sprak zelfs tegen beide heren in het kantoor. Kort en bevelend, dat wel, maar niet onvriendelijk. De dame negeerde ook hem, maar dat was geheel wederzijds leek wel. Tot mijn grote verbazing werd door het heerschap mijn naam geroepen. Uit zijn handen ontving ik onze drie paspoorten, met daarin een paginavolle stempel en een kartonnetje met daaromheen een langwerpig papiertje gevouwen. Op het papiertje een pasfoto en ons, jawel, voorlopige RNE! Binnen drie tot zes maanden zou het definitieve RNE naar Curitiba worden gestuurd vanuit de federale hoofdstad. Vier uurtjes slechts voor één voorlopig document!

Ik ben daarna nog met mijn vriendin naar een notariskantoor geweest om mijn handtekening te deponeren. Dat is nodig om later mijn handtekening op documenten te autentificeren. Ook moesten er gewaarmerkte kopieën genaakt worden van de stempel in de paspoorten en het voorlopige RNE, tweezijdig natuurlijk.

Daarna hebben we een belangrijk deel van de middag doorgebracht op het ministerie van arbeid. Maar één beschrijving is al saai genoeg, dat was tenminste wel de bedoeling. Wie weet later of een andere keer weer.

Ik zal jullie het verhaal van de documenten voor de verhuizing besparen. Alleen vermelden dat we tien verschillende documenten nodig hebben, de meeste ook weer gewaarmerkt bij een notariskantoor en dat de verhuizing inmiddels al drie weken in Curitiba staat, maar nog steeds ver van huis. Ook over het rijbewijs zijn verhalen te vertellen die in dezelfde categorie vallen. Om maar te zwijgen over het proces om een bouwvergunning voor onze nieuwe fabriek te krijgen. Ook daar heb ik inmiddels heel wat verschillende kantoortaferelen mogen bijwonen. Het geeft allemaal een indruk van de verschrikkelijke bureaucratie die hier op een chaotische manier heerst. Wij zijn dan gelukkigen, met adviseurs en geld en een babbel. Voor de gewone en de ongelukkige sterveling is dat allemaal niet weggelegd. Die komen om in die papierwinkel of ze negeren het gewoon. Onwetend en fluitend een huisje bouwen, of een winkeltje langs de weg beginnen of wat dan ook. Daar zijn er natuurlijk ook zeer velen van. Toch niet genoeg mensen om het te controleren. Ook niets te halen denk je dan weer onwillekeurig. Want met de bureaucratie komt vanzelf de corruptie. Of zou dat omgekeerd zijn? In ieder geval gaan ze hand in hand. Gelukkig hebben we alleen nog maar te maken gehad met de bureaucratie en niet met de corruptie. Maar daarover zijn er natuurlijk verhalen genoeg. Aan de borreltafel en in de krant. Hoe dat werkt wil je niet weten, maar iedereen met veel geld is hier eigenlijk verdacht. Weinig politici lijken eraan te ontsnappen. Iedere politicus met geld is absoluut schuldig. Dat is de volkswijsheid en ik vrees dat ze in dit geval dicht bij de waarheid zitten……

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s